zaterdag 13 juni 2015

Gedicht: Kunst

Kunst

Mijn handen moeten bouwen
blokkentorens, geel en rood.
De chaos op het tapijt
getransformeerd. Patronen
waar eerst het toeval heerste.
Ik moet met kleurpotloden
bladen vullen als antwoord
op hun ongestelde vraag
om leven. Ik moet de tuin 
bewerken. Haar omvormen 
tot het elfenland, mythisch domein.
Verbeelding maakt een speeltoestel 
tot een kasteel. Ik zie schoonheid
verlegen wachten achter 
de façade. Niet gezien 
tot ikzelf haar openbaar,
anders verloren. Dit is
voor altijd mijn lot, mijn vloek:
te weten dat wat ik niet schep
nooit zal bestaan en dat ik
niet heel zal zijn tot alles is.